Advies 50: Samen bouwen aan STEM-talent
VARIO gaat met dit advies in op een vraag van het kabinet van minister-president Matthias Diependaele over de mogelijke rol en invulling van lokale STEM-allianties in het aanpakken van de STEM-problematiek. VARIO vond het belangrijk zijn antwoord op de vraag goed te kaderen in het bredere, Vlaamse STEM-beleid.Â
Neem contact op met:
Samen bouwen aan STEM-talent
Situering
Ondanks opeenvolgende beleidsinitiatieven kampt Vlaanderen al jaren met een STEM-tekort. Tegelijk groeit de maatschappelijke behoefte aan technologische, technische en wetenschappelijke competenties door ontwikkelingen op het vlak van digitalisering, artificiële intelligentie, robotica, energie en industrie. STEM-talent is dan ook geen doel op zich, maar een belangrijke hefboom voor de productiviteit, competitiviteit en maatschappelijke weerbaarheid van Vlaanderen.Â
De STEM-uitdaging is complex en beleidsdomeinoverschrijdend. Onderwijs, arbeidsmarkt, innovatie, ondernemingen, kennisinstellingen, vrijetijdsorganisaties en lokale besturen leveren vandaag allemaal inspanningen. Het landschap is echter versnipperd en de samenhang, financiering en impact van de verschillende initiatieven zijn onvoldoende transparant. Bovendien veranderen de competentienoden snel.Â
Op vraag van het kabinet van minister-president Matthias Diependaele onderzocht VARIO welke rol lokale STEM-allianties kunnen spelen binnen de vernieuwing en versnelling van de STEM-agenda 2030.  VARIO vond het belangrijk zijn antwoord op de vraag goed te kaderen in het bredere, Vlaamse STEM-beleid en formuleert vier aanbevelingen.Â
Aanbeveling 1: Zorg voor een geïntegreerd, ambitieus en toekomstbestendig STEM-beleid
VARIO vraagt de Vlaamse Regering om een regeringsbrede visie en strategie voor STEM uit te werken, met duidelijke prioriteiten, gedeeld eigenaarschap en een gecoördineerde inzet van middelen. De versnipperde STEM-initiatieven en diverse financieringsstromen moeten worden samengebracht in één geïntegreerd kader. Daarbij pleit VARIO in deze fase niet voor bijkomende middelen, maar voor een doelmatigere inzet ervan, ondersteund door monitoring, evaluatie en longitudinaal onderzoek.Â
Om de strategie over de beleidsdomeinen heen te coördineren, op te volgen en te evalueren, stelt VARIO voor een STEM-intendant met een duidelijk regeringsbreed mandaat aan te stellen. Tegelijk moet de bestaande STEM-governance worden vereenvoudigd en moeten de rollen en verantwoordelijkheden duidelijker worden afgebakend.Â
Aanbeveling 2: Zet in op samenwerking tussen onderwijs en bedrijven
VARIO vraagt om duurzame samenwerkingsmodellen uit te bouwen die meerdere scholen, over de onderwijskoepels heen, met meerdere bedrijven verbinden en niet afhankelijk zijn van individuen. De samenwerking moet jongeren onder meer toegang geven tot stages, werkplekleren, up-to-date infrastructuur en STEM-rolmodellen. Ze moet ook worden benut om opleidingsinhouden en praktijkopdrachten, onder meer rond AI, te actualiseren, met behoud van sterke wetenschappelijke en technische fundamenten.Â
De samenwerking moet bovendien worden opengetrokken naar alle onderwijsniveaus en -finaliteiten. Naast de arbeidsmarktgerichte en dubbele finaliteit verdienen ook de doorstroomrichtingen in het secundair onderwijs en het hoger onderwijs expliciete aandacht.Â
Aanbeveling 3: Allianties kunnen een belangrijke rol spelen in het samenbrengen van scholen en bedrijven, maar ook ruimer. Hanteer een aantal principes als gekozen wordt om in te zetten op STEM-allianties
Volgens het STEM-platform kunnen lokale of thematische STEM-allianties scholen en bedrijven, maar ook kennisinstellingen, vrijetijdspartners en overheden structureel met elkaar verbinden. Ze kunnen formeel en informeel leren beter op elkaar laten aansluiten en helpen om bestaande initiatieven te stroomlijnen en te verduurzamen. Hun effectiviteit, schaalbaarheid en bijdrage aan de Vlaamse STEM-doelstellingen zijn evenwel nog onvoldoende aangetoond.Â
VARIO adviseert daarom te starten met minstens één pilootproject per provincie en pas op basis van aantoonbare resultaten te beslissen over een bredere verankering. De allianties moeten werken binnen een helder strategisch kader, maar voldoende ruimte krijgen om gefaseerd en bottom-up te groeien volgens hun lokale of thematische context. Neutraal en professioneel netwerkmanagement, duidelijke rollen, additionaliteit en complementariteit met bestaande initiatieven, duurzame engagementen, gefaseerde ondersteuning volgens de maturiteit van het netwerk, monitoring en evaluatie zijn daarbij belangrijke voorwaarden.Â
Aanbeveling 4: Bewandel ook andere (nieuwe) pistes voor een ambitieuzer STEM-beleid
STEM-allianties volstaan niet om de structurele tekorten aan STEM-talent weg te werken. VARIO herhaalt daarom eerdere aanbevelingen om STEM-opleidingen in het hoger onderwijs adequater te financieren, in te zeten op inspirerende vakeigen STEM-leerkrachten en een volwaardig tweesporenbeleid te voeren: naast het ontwikkelen van lokaal talent moet Vlaanderen ook internationaal STEM-talent aantrekken en behouden. Ook andere pistes verdienen verder onderzoek, zoals structurele financiering voor iSTEM en STEM voor de Basis, betere talentinformatie en studieoriëntatie, en een evaluatie van toelatings-, start- en ijkingstoetsen. Verder onderzoek is ook nodig naar de doorstroom van STEM-gediplomeerden naar STEM-jobs, de behoefte aan STEM-doctoraten en de effecten van STEM-interventies op latere studie- en loopbaankeuzes.