Toponderzoeker Bart De Strooper: “In Vlaanderen zijn we te bang om risico’s te nemen”
Europa wil innoveren, maar durft niet te falen. Volgens toponderzoeker Bart De Strooper is dat de grootste rem op baanbrekend onderzoek en innovatie. Durven falen is volgens hem net de cruciale schakel om vooruitgang te boeken. De moleculair bioloog wijst met de vinger naar de doorgeslagen bureaucratie: “Terwijl wij nog aan het vergaderen zijn over risico’s, zijn ze in China al aan het werk.”
Als projectcoördinator van het ‘Vlaams Cognitief Kompas’ boekte toponderzoeker Bart De Strooper onlangs grote vooruitgang: de Vlaamse Regering investeert 16,5 miljoen euro in grootschalig Alzheimeronderzoek. Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) en de Vlaamse universiteiten hopen daarmee de ziekte jaren vóór de eerste symptomen op te sporen. De Strooper reageert opgetogen op die politieke moed om te ondernemen, maar blijft tegelijk opvallend nuchter. Zulke toonbeelden zijn eerder uitzondering dan regel. Dat legt een dieper probleem bloot in de Europese genen: een verlammende angst voor het onbekende.
Bart, je hebt net een groot dossier binnengehaald, maar je bent kritisch over het algemene innovatieklimaat. Wat is volgens jou de grootste hinderpaal?
“Simpel: durf. In Europa en Vlaanderen heerst er een enorme drang om elk risico uit te sluiten. We leven volgens het adagium primum non nocere: in de eerste plaats niet schaden. Dat staat haaks op wat innovatie per definitie is: high risk. Je probeert dingen te bedenken en te ontwikkelen die nog niet bestaan. Dat brengt onvermijdelijk risico’s met zich mee. Vandaag zijn we zo bang om fouten te maken dat we de creativiteit doodknijpen in een web van regeltjes. Als we internationaal relevant willen blijven, moeten we opnieuw durven kiezen voor het onbekende.”
Je wijst de bureaucratie aan als de grote boosdoener. Hoe uit zich dat in de praktijk van een toponderzoeker?
“We zitten vast in een systeem waarbij we iedereen tevreden willen houden. Zo komen we altijd uit bij de laagste gemene deler. Je moet durven kiezen voor de topspelers, net zoals in het voetbal: daar vindt niemand het een probleem dat niet iedereen de goals maakt. Die vrijheid moeten we ook aan experten geven. Vandaag dwingen we hen om de helft van hun tijd te besteden aan het invullen van documenten en het afvinken van vakjes. Daarmee verloochenen we de essentie: grensverleggend werk.”
Hoe zou je dat concreet aanpakken?
“Het meest cruciale voor innovatie is financiering. Er wordt voortdurend gedebatteerd over de prijs van het onderzoek, maar zelden over de enorme kost van de bureaucratische processen errond. De kost van deze red tape (buitensporige bureaucratie, nvdr.) zou strikt begrensd moeten worden. Europese en Vlaamse financieringsinstanties moeten lean and mean worden en beseffen dat ze eigenlijk maar één taak hebben: de onderzoeker ondersteunen. Vandaag zie ik het omgekeerde. In plaats van te vertrouwen op de expertise, groeit de bureaucratie en verstikken we onszelf met controles voor- en achteraf.”
Hoe scoren we op dat vlak in vergelijking met andere werelddelen?
“Het verschil is pijnlijk duidelijk. Je hoort steeds vaker de slagzin dat China geleid wordt door ingenieurs en Europa door advocaten. Terwijl wij hier nog aan het vergaderen zijn over risico’s, zijn zij al aan het werk. In de VS durven ze geld te geven aan toponderzoekers met de boodschap: ‘We geloven in u, ga uw gang.’ Bij ons moet je eerst vijftig documenten invullen om te bewijzen dat je project geen enkel risico inhoudt. Bovendien vindt de echte ‘oogst’ van innovaties en de economische valorisatie vaak in het buitenland plaats. We geven het intellectueel eigendom (IP) van onze doorbraken weg omdat onze procedures te log en te traag zijn om snel te schakelen.”
Wat is volgens jou dé onmisbare schakel om innovatie in Vlaanderen te versnellen?
“We moeten durven accepteren dat een mislukt experiment geen faling is, maar een les. Zonder die ruimte om te falen krijg je alleen ‘meer van hetzelfde’, omdat onderzoekers enkel nog projecten indienen waarvan ze de uitkomst al min of meer kennen. Het sleutelwoord is vertrouwen. Het beleid moet toponderzoekers ondersteunen zoals een kapitein op een schip: geef hen de juiste middelen en ga ervan uit dat ze alles doen om met resultaten terug te keren. Je moet hen halverwege niet voortdurend willen controleren en lastigvallen met administratieve rompslomp. De eerste prioriteit van toponderzoekers moet onderzoek zijn. Al de rest is secundair.”
In het kader van de ‘Vlaamse Versnelling’ - het regeringsbrede offensief om de productiviteit en de competitiviteit van de Vlaamse economie, en dus de welvaart en het welzijn in Vlaanderen, duurzaam te versterken – werd VARIO om advies gevraagd bij het afbakenen van strategische sectoren. Het VARIO-colloquium 2025 ‘Vlaanderen versnelt – hoe strategisch schakelen?’ bouwde voort op deze vraag en op de ‘Vlaamse Versnelling’. Tijdens de keynotes en het panelgesprek kwamen verschillende onmisbare schakels voor het succesvol selecteren en implementeren van strategische keuzes aan bod. VARIO laat graag de komende vijf weken verschillende experts hierover aan het woord.